donderdag 30 september 2010

Monstertijdrit Almere 26.9.2010

De Monstertijdrit in Flevoland… Ik had er vorig jaar (of was het zelfs in 2008) al eens over gelezen, en was meteen geïntrigeerd. Je doet daar echter niet zomaar aan mee, dat weet ik wel vanuit mijn duatlonervaring. Je moet het vooral mentaal zien zitten en beseffen dat je het fysiek aankan, zoniet heeft starten weinig zin, je rijdt je alleen maar in de vernieling dan.

Dit jaar stond helemaal niet in het teken van deze überlange monotone tijdrit, mijn deelname kwam er zoals ik enkele jaren geleden 2 marathons liep : een goed gevoel hebben en bij jezelf zeggen “kom, daar gaan we over ene paar weken eens aan meedoen”.
Nadat ik half augustus de MTB had uitgehaald had ik meegedaan aan een wedstrijdje, evenwel zonder ambitie en het draaide ook niet echt zoals het moest, het was echt dieselen in plaats van vinnig en explosief mountainbiken. Dat was op 29 augustus. Echt veel had ik trouwens niet getraind de laatste weken : enkel op woensdagavond en uiteraard in het weekend, maximum drie dagen per week dus.
Ik zei bij mezelf dat ik beter nog eens aan een tijdrit zou meedoen, en zo stond ik de zondag erna (5 september) aan de start te Wingene voor 16,5 km knallen met amper 2 bochten in het parcours. Ik voelde me heel goed en fris en het draaide ook lekker, ook al voelde ik dat ik niet echt het zeer intensieve wedstrijdritme had voor zo’n relatief korte en hevige inspanning.
Het resultaat was echter – gezien het gebrek aan specifieke voorbereiding – prima : een achtste plaats en vooral een gemiddelde van 44 km/u, iets wat ik nooit voor mogelijk had gehouden, maar het parcours en de weersomstandigheden waren gunstig gezind.
Het was de dagen erna dat ik dan overwoog om de Monstertijdrit op het programma te zetten : veel had ik in 2010 nog niet gedaan, het lopen wou maar niet lukken door een aanslepende blessure en de enige wedstrijd waaraan ik meedeed was de 45km fietsen in de triatlon te Brugge, waar ik trouwens een gemiddelde van net 40 km/u haalde.
Na een stevig trainingsweekend (11-12 september) met een goed gevoel schreef ik me dan toch maar in, ik zag het wel zitten.
En zo stond ik op zondag 26 september aan de start : op weg naar ginder, met soms heuse stortbuien, werd het weer minder onstuimig en ter plekke(Flevopolder ter hoogte van Almere) was het haast windstil, maar wel mistig en ronduit koud, zo’n 8°C. De startlocatie bood een vreemde aanblik : een kruispunt in the middle of nowhere met een geïmproviseerde inschrijvingstafel, geen zaaltje, geen douches, geen niks…
Om 11u58 ging ik van start voor 3 ronden van bijna 41 km, benieuwd naar het gevoel. De lichte wind (2 Beaufort) zat gedurende de eerste 3 km schuin in de rug en de teller gaf meteen 43 km/u aan zonder forceren, prima ! Na een zeer ruime bocht en het overschrijden van de enige brug op het parcours was het dan meer dan 10 km rechtdoor met de wind schuin in het nadeel. De snelheid zakte eerst eventjes naar 38 km/u, maar snel kon ik continu zo’n 39,5 km/u rijden, dat zag er meer dan goed uit ! Een blik op de hartslagmeter – die ik had aangedaan om niet te traag te rijden – toonde een cijfer dat schommelde tussen 161 en 165, perfect (omslagpunt is 170-171).
Na 15 km : de eerste bocht, en hop weer 8 km rechtdoor met de wind schuin tegen, nu in de linkerzij. Doordat er al deelnemers onderweg waren vanaf 10u kon ik er geregeld één inhalen en zo werd het rijden wat minder monotoon. Intussen bleef het tempo rond de 39 km/u schommelen.
Na de tweede (en laatste !) bocht na 23 km zat de wind voordelig, de snelheid steeg tot 42-43 km/u maar ik bleef bewust op hetzelfde verzet rijden, een soepele 53/16. Ik dacht aan de derde ronde en wou wat krachten sparen.
De Monstertijdrit is echt voor krachtpatsers die een zeer grote molen kunnen ronddraaien, maar zij riskeren wel de rekening gepresenteerd te krijgen in de slotronde, zoals bvb de Duitse topfavoriet die rondjes draaide van 55’, 57’ en dan… 1u04’
Eerste doortocht na 40,8 km : 1u00’36” en dus 40,5 km/u gemiddeld. Dat was 2’30” sneller dan waar ik op gerekend had (38,5 km/u) en toch had ik absoluut niet het gevoel te snel gestart te zijn, en mijn hartslagmeter gaf mij ook gelijk daarin.
Nu was het een kwestie van volhouden en voldoende eten en drinken. Mijn maag zette mij echter een beetje op het verkeerde spoor, af en toe speelde ze wat op zodat ik wat langer wachtte om energiedrank (W-Cup) te drinken om niet te riskeren de maag te blokkeren. Ondertussen dronk ik wel meer dan voldoende water. Waar ik plande om na 30 km te beginnen met energiedrank, wachtte ik tot km 45.
Het tempo bleef exact hetzelfde als in ronde 1 tot aan pakweg km 70 toen de hartslag zakte tot 157 en ik me ietwat zonder fut voelde waardoor het tempo wat zakte. Ik zag het ook aan het feit dat ik de renner die ik net voordien had ingehaald, en die 4 minuten voor mij was gestart, bleef volgen.
Omdat mijn maag maar bleef opspelen durfde ik echter nog altijd niet teveel van die W-Cup te drinken. Zo passeerde ik de 2de keer de finish na 81,6 km met een rondetijd van 1u01’14”, in feite dus niet zoveel trager dan de eerste ronde.
Het ietwat mindere gevoel bleef, en ik moest geregeld ook eens uit het zadel komen om mijn kont wat “adem” te geven om de toenemende pijn te verlichten, maar het was nu ook niet zo dat het tempo ineenzakte. Na 85km begon echter het laatste stuk met lichte tegenwind, 20km lang, en dan kon het maar beter wat vlotter draaien !
Ik negeerde de signalen van mijn maag en dronk nu met volle teugen van de W-Cup, ik kroop een laatste keer over de brug, nam nog een bidon water aan, beet op mijn tanden, legde de ketting terug op de 53/16 en het lukte zowaar om het tempo terug rond de 39 km/u te krijgen en de hartslag rond de 163. Het kostte qua gevoel wel al dubbel zoveel moeite als in de eerste ronde en voor het eerst begon ik ook met het aftellen van de kilometers: “allez, nog 10km tot aan de bocht” Pfff ! Er was nu ook veel minder volk onderweg, de weg was uitzichtloos lang en dus staarde ik meestal zo’n 5 meter voor me uit naar het voorbij zoevende asfalt.
De reeds vernoemde Duitser, die aan zijn tweede ronde bezig was, vloog me voorbij, ik leek wel een knoeier maar de teller stond nog steeds op 38,5 à 39 km/u. Hij verdween ondanks de rechte wegen snel uit beeld maar zou later dus nog serieus geparkeerd staan.
105 km : EINDELIJK rugwind tot aan de meet. De benen voelden echter al duidelijk vermoeid aan, en dus moest ik nu de ketting op de 15 leggen om 43 km/u te halen. Nu reed ik zelfs een tikkeltje sneller dan in de eerste ronde, prima !
108 km : ineens willen mijn beide hamstrings tegelijkertijd in een kramp schieten. Nee, nu niet !! Blijven rijden, de hielen wat meer naar beneden, ’t helpt niet echt, wat meer naar boven, ook niet… Ik weet dat ik mijn benen niet stil mag houden of een tandje lichter schakelen, blijven rijden verdorie. En het lukt, na een paar minuten verdwijnen de krampneigingen.
115 km : het einde nadert en het is nu geregeld bijtanken om niet zonder brandstof te vallen. Ik wil wel versnellen maar het lukt niet echt meer, de benen zijn moe. De zon is plots doorgebroken en op de koop toe is de wind plots van richting veranderd zodat hij de laatste 5 km in de flank blaast. Ik moet terugschakelen, de 15 krijg ik niet meer rond, het is vechten om 40 km/u te blijven rijden.
Ik weet dat ik 3u03’36” moet rijden om een gemiddelde van 40 km/u te halen (betekent dat dat ik stiekem hoopte om dat te halen ??) dus ik mag maar een halve minuut verliezen tegenover mijn vorige ronde, dat wordt nipt want het draait niet echt meer en het begin van de laatste ronde was ook niet denderend geweest.
Komaan, die 15 moet er weer op. Er staat al 3u02’ op de teller, de laatste kilometer zal nog vooruit moeten gaan. Ik zie de mensen aan de finish staan, ze lijken dichtbij maar verdomme alles lijkt dichtbij op deze kilometerslange rechte wegen. Ik krijg mijn hartslag zowaar nog tot aan 169, de roep van de finish haalt nog wat extra krachten uit het lijf en de chrono stopt na 3u03’32” !!
Mijn teller geeft 123 km aan en 40,2 gemiddeld, officieel is het 122,4 km en 40 km/u op de kop. Gewoon super. Na de finish ben ik ook niet echt kapot, zeker niet leeg, alleen het afstappen van de fiets is niet evident, serieuze pijn in de gluteus maximus !
Om één en ander te relativeren : ik was daarmee 13de. De winnaar, Nederlands kampioen tijdrijden bij de Masters Dylan De Kok klokte af op een gemiddelde van 42,5 km/u, voor de Nederlandse kampioen tijdrijden bij de Elite z/c, die stilviel in zijn laatste ronde.
Dat er op tijdrijders blijkbaar weinig sleet zit bewezen o.a de andere Belg Rudi De Boelpaep (2u58’34” – 47 jaar) en een taaie Hollander van 54 (!!) jaar die ook 2u58’ klokte. Ik kan dus misschien ooit nog wel eens meedoen, maar ’t is wel prima zo…